Home  
HOME | SUBSIDIE-NIEUWS | DIENSTVERLENING | LINKS | CONTACT


 

SUBSIDIENIEUWS INDUSTRIE

WBSO regeling

WBSO: voor iedere werknemer in elke sector

Iedere ondernemer in Nederland die S&O gaat doen, kan een WBSO-aanvraag indienen. Van midden- en kleinbedrijf tot multinational, van starter tot familiebedrijf. Of u nu innovatieve software ontwikkelt, vernieuwende hulpmiddelen voor de bouwnijverheid bedenkt, of een efficiëntere productielijn ontwikkelt voor de voedingsmiddelenindustrie. Het maakt niet uit hoe groot uw onderneming is of in welke bedrijfssector u werkt.


Komt u in aanmerking voor de WBSO?

De volgende ondernemers en organisaties komen in aanmerking voor de WBSO:

  • Ondernemers die hun werknemers speur- en ontwikkelingswerk (S&O) laten verrichten.
  • Niet-ondernemers die S&O verrichten in opdracht en voor rekening van een Nederlandse onderneming.
  • Zelfstandige ondernemers die zelf S&O verrichten.

De eerste twee categorieën worden voor de WBSO S&O-inhoudingsplichtigen genoemd. De laatste groep S&O-belastingplichtigen. Hieronder kunt u meer lezen over deze categorieën.

Inhoudingsplichtige ondernemers: uw eigen personeel verricht S&O (WBSO) 

Drijft u volgens de regels van de vennootschapsbelasting een onderneming? Hebt u werknemers in dienst die S&O verrichten? Dan komt u in aanmerking voor een vermindering van de afdracht loonheffing. Inhoudingsplichtigen die een onderneming drijven en S&O verrichten worden S&O-inhoudingsplichtigen genoemd. Ook een holding kan als S&O-inhoudingsplichtige worden aangemerkt als er minimaal één werknemer in dienst is die S&O verricht. Inhoudingsplichtige voor de loonheffing bent u als u personeel in dienst hebt en van de Belastingdienst een loonheffingennummer hebt gekregen. Een inhoudingsplichtige bestaat doorgaans uit één administratieve eenheid. Dat wordt in het loonheffingennummer meestal aangeduid met het getal 01 na de L. De letter L plus de cijfers erachter wordt het subnummer genoemd. Een administratieve eenheid is een administratief of anderszins zelfstandig onderdeel van de inhoudingsplichtige. Een inhoudingpslichtige kan meerdere administratieve eenheden hebben waar personeel werkt. Per administratieve eenheid kan een subnummer bestaan. Wel moet dan per subnummer steeds afzonderlijk aangifte loonheffingen worden gedaan.

Belastingplichtige ondernemers: zelfstandige verricht zelf S&O (WBSO) 

Bent u zelfstandige? Drijft u een onderneming in de zin van de inkomstenbelasting? Én verricht u zelf 500 uren of meer S&O in een kalenderjaar? Dan komt u in aanmerking voor een aftrek S&O. Deze zelfstandigen worden S&O-belastingplichtigen genoemd. Drijft u als zelfstandige meerdere ondernemingen en verricht u in die ondernemingen S&O, dan kunt u meerdere aanvragen indienen.

Niet-ondernemers

Drijft u géén onderneming volgens de regels van de vennootschapsbelasting, maar hebt u wel werknemers in dienst die S&O verrichten? Dan komt u in aanmerking voor een vermindering van de afdracht loonheffing wanneer op basis van een schriftelijk vastgelegde overeenkomst en voor rekening van een derde S&O wordt verricht. Voorwaarde is dat deze derde een Nederlandse onderneming, een samenwerkingsverband van Nederlandse ondernemingen of een Nederlands product- of bedrijfschap is. Voor dit type werkzaamheden wordt ook wel de term contractresearch gebruikt. Een inhoudingsplichtige die geen onderneming drijft maar wel contractresearch verricht wordt ook als S&Oinhoudingsplichtige aangemerkt. Een universiteit is een voorbeeld van een inhoudingsplichtige die geen onderneming drijft.

Extra informatie

Holding / werkmaatschappij Verrichten zowel de werknemer(s) van een werkmaatschappij als de werknemer(s) van een holding S&O? Dan dient zowel de werkmaatschappij als de holding een aanvraag in.

Fiscale eenheid

Leent u personeel uit aan een derde voor het verrichten van S&O? Dit valt alleen onder de WBSO als uw personeel zelf het S&O organiseert in de onderneming van deze derde. Een uitzondering hierop is het in- en uitlenen van personeel binnen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van in- en uitleen voor het verrichten van S&O bij een personeels-bv of wanneer meerdere ondernemingen binnen de fiscale eenheid aan eenzelfde project werken. In deze situaties kan de onderneming die uitleent wel gebruik maken van de S&O-afdrachtvermindering. Bij in- en uitleen binnen een fiscale eenheid, moet elke onderneming waar de werknemers in dienst zijn zelf een aanvraag indienen. Met andere woorden, indien van twee ondernemingen, A en B, werknemers aan een S&O-project werken, waarbij onderneming A ook personeel inleent van onderneming B, moet zowel A als B een S&O-aanvraag indienen. Dat er daadwerkelijk sprake is van in- en uitleen moet wel kunnen worden aangetoond.

Stagiaires

S&O-uren van stagiaires die een dienstbetrekking hebben, kunt u opvoeren voor de WBSO als zij aan alle S&O-voorwaarden voldoen. Stagiaires die geen dienstbetrekking hebben, kunnen onder bepaalde omstandigheden als werknemer aangemerkt worden voor de WBSO. Het gaat hier om:

  • Leerlingen die een leerwerkovereenkomst hebben en het buitenschoolse praktijkgedeelte volgen van een leerwerktraject (zoals VMBO-leerlingen).
  • Leerlingen van een beroepsopleiding (MBO niveau 1 en 2) die gedurende een periode van tenminste twee maanden een stage volgen welke vastgelegd is in een stageovereenkomst.
  • Personen die een EVC-procedure doorlopen.

Als bovengenoemde stagiaires verder aan alle S&O-voorwaarden voldoen, mogen ook hun S&O-uren opgevoerd worden voor de WBSO.

Welke werkzaamheden komen in aanmerking voor WBSO?

Wat wel en niet wordt verstaan onder S&O ligt vast in de wettekst van de WBSO (formeel WVA/S&O) en de Afbakeningsregeling S&O. In de wet wordt omschreven wat S&O is. In de afbakeningsregeling wordt expliciet een aantal activiteiten uitgesloten. De WSBO kent vier verschillende soorten projecten:

Ontwikkeling van producten, processen of programmatuur

Ontwikkelingsprojecten binnen de WBSO hebben betrekking op technisch nieuwe (onderdelen van) producten, processen of programmatuur. Voor producten en productieprocessen geldt dat het om tastbare, fysieke zaken moet gaan. Ontwikkeling heeft te maken met zoeken en bewijzen, de ontwikkeling moet een S&O-karakter hebben. Dat wil zeggen dat er wordt gezocht naar een technisch nieuwe oplossing voor een technisch probleem en dat er een werkingsprincipe bewezen wordt door bijvoorbeeld een prototype. Een ontwikkelingstraject kenmerkt zich door technische onzekerheden en wordt systematisch georganiseerd. Voor de WBSO eindigt de ontwikkeling als het werkingsprincipe is aangetoond, bijvoorbeeld in een prototype, model of applicatie.

Technisch wetenschappelijk onderzoek

Onderzoeksprojecten waarmee u nieuwe technische kennis genereert kunnen onder bepaalde voorwaarden als technisch wetenschappelijk onderzoek worden aangemerkt. Technisch wetenschappelijk onderzoek bevat twee elementen: technisch en wetenschappelijk. Technisch verwijst naar gebieden als: fysica, chemie, biotechnologie, productietechnologie, informatie- of communicatietechnologie. Wetenschappelijk heeft betrekking op: het zoeken van een verklaring voor een verschijnsel (het doel van het onderzoek) en op de manier waarop het onderzoek wordt opgezet en uitgevoerd.

Analyse technische haalbaarheid

De analyse is gericht op de technische haalbaarheid van S&O. Een analyse heeft betrekking op een eigen mogelijk S&O-project en moet antwoord geven op de vraag of u zelf een S&O-project kunt gaan uitvoeren. Bij een technische analyse spelen economische of financiële aspecten een marginale rol (Bijvoorbeeld als één van de beslissingscriteria bij het afwegen van alternatieven). Analyses die voor een belangrijk deel betrekking hebben op de economische en financiële haalbaarheid komen niet in aanmerking.

Technisch onderzoek

Technisch onderzoek richt zich op de verbetering van uw productieproces of de door u gebruikte programmatuur. Moet u voor het bereiken van een aanzienlijke verbetering uw productiemethode substantieel wijzigen of uw processen modelleren, dan kunt u met behulp van technisch onderzoek de mogelijkheden in kaart brengen.

Programmatuur

Werkzaamheden met betrekking tot programmatuur kunnen als S&O worden aangemerkt als er sprake is van bovengenoemde projecten. Een nadere toelichting op programmatuur per projectsoort kunt u vinden onder het kopje programmatuur in de linkermenubalk.

Wat levert de WBSO u op?

De WBSO verlaagt de loonkosten aanzienlijk. Bij toewijzing ontvangt u een tegemoetkoming. Niet contant, maar in de vorm van een vermindering op uw loonheffing (loonbelasting en premie volksverzekeringen) en/of aftrek S&O (inkomstenbelasting).

Hoogte van het fiscale voordeel

Voor inhoudingsplichtige ondernemingen (S&O-inhoudingsplichtigen) biedt de WBSO een vermindering van de af te dragen loonheffing over de loonkosten van S&O-medewerkers. In 2012 bedraagt deze zogenaamde S&O-afdrachtvermindering 42% van de eerste € 110.000 aan S&O-loonkosten. Voor de resterende S&O-loonkosten is dit 14%. Wordt u als starter aangemerkt dan bedraagt het percentage van de eerste € 110.000 zelfs 60%. Per S&O-inhoudingsplichtige of fiscale eenheid bedraagt de S&O-afdrachtvermindering maximaal € 14.000.000 per kalenderjaar. De aftrek S&O voor zelfstandige ondernemers (S&O-belastingplichtigen) bedraagt in 2012 € 12.310 met een extra aftrek van € 6.157 voor starters.

Bepaling van het S&O-loon

Het S&O-loon berekent u door het S&O-uurloon te vermenigvuldigen met de toegekende S&O-uren. Het S&O-uurloon is een vast gemiddeld bedrag per uur dat geldt voor al uw S&O-medewerkers. Dit S&O-uurloon geldt voor een heel kalenderjaar. Hebt u in 2010 geen S&O verricht of beschikt u niet over een S&O-verklaring voor 2010 dan geldt voor u in 2012 een vast uurloon (forfait) van € 29. Hebt u wel een S&O-verklaring voor 2010 én hebt u in de periode van de S&O-verklaring S&O-werkzaamheden verricht dan wordt uw S&O-uurloon voor 2012 gebaseerd op gegevens uit uw aangiften loonheffingen van 2010. Bent u S&O-belastingplichtige (zelfstandige) dan wordt voor u geen uurloon berekend. Voor u geldt een vast bedrag voor aftrek S&O.

Agentschap NL subsidieert mkb-kredietpaspoort

02-05-2012

Agentschap NL heeft subsidie verstrekt voor het initiatief van Stichting Zelforganisatie en investeringsplatform Symbid om een kredietpaspoort voor het mkb aan te maken. Met dit paspoort moeten kleine ondernemers makkelijker en sneller krediet bij banken en investeerders kunnen krijgen. In het paspoort staat hoe het met het ondernemerschap en de kredietwaardigheid gesteld is.

Het paspoort maakt gebruik van wetenschappelijk onderzoek, standaard bedrijfsrapportage en sociale media om de ondernemerskwaliteiten te schetsen.

De komende twee jaar gaan zestien ondernemers samen met banken, investeerders, kennisinstellingen en softwareleveranciers op zoek naar de beste vorm waarin het document moet worden gegoten.

Nieuwe fiscale regeling RDA officieel geopend

01-05-2012

Op 1 mei 2012 is de nieuwe fiscale regeling de Research & Development Aftrek (RDA) gestart. De RDA-regeling stimuleert innovatie en R&D door het Nederlandse bedrijfsleven met een fiscaal voordeel in de inkomsten- of vennootschapsbelasting.

De WBSO (formeel: Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) is een fiscale tegemoetkoming, in de vorm van een extra aftrekpost in de loonbelasting of via een verhoging van de zelfstandigenaftrek.

De RDA is een extra tegemoetkoming voor de investeringen en kosten die samenhangen met het innovatieproject, waarvoor u de WBSO-beschikking heeft ontvangen. De RDA is zowel relevant en interessant voor vennootschappen en zelfstandigen die inkomstenbelasting betalen.

RDA: twee varianten.

Als uw onderneming minder dan 150 WBSO-uren gemiddeld per maand maakt, valt u binnen een vast forfait. Per WBSO-uur mag u dan 15 euro vermenigvuldigen met 40% RDA en dit in mindering brengen op uw belastbare winst. Hierop is één uitzondering: als u meer dan 50.000 euro aan investeringen en/of kosten maakt voor het WBSO-project, dan mag u er ook voor kiezen om op basis van werkelijke kosten de RDA aanvragen.

Als uw onderneming meer dan 150 WBSO-uren gemiddeld per maand maakt, dan kunt u voor de RDA de werkelijke kosten en uitgaven meenemen. Denk bij investeringskosten aan de aanschaf verbruikersgoederen, materialen, grondstoffen voor proeven of het vervaardigen van prototypes en betalingen aan derden voor het laten maken van prototypes of het verrichten van metingen of testen. Onder investeringsuitgaven vallen bijvoorbeeld gebouwen, apparatuur en instrumenten. 40% van deze investeringen mag u aftrekken van uw belastbare winst.RDA: aanvragen vanaf mei 2012

Ondernemers met een WBSO-beschikking van na 1 januari 2012, kunnen in mei 2012 hun RDA-aanvraag indienen. Details van het aanvraagtraject zijn nog niet bekend, maar de subsidieadviseurs van Lonnik hebben al wel een tool ontwikkeld waarmee ze het maximale voordeel uit de combinatie van WBSO en RDA kunnen berekenen.

Wat berekent deze tool?

Stel: uw bedrijf maakt net iets meer dan 150 WBSO-uren gemiddeld per maand en u investeert voor 25.000 euro in uw WBSO-project. Is het dan verstandiger om de 25.000 euro voor de RDA aan te vragen? Of is het gunstiger om iets minder dan 150 uur per maand gemiddeld aan WBSO-uren te schrijven? De WBSO/RDA-tool van Lonnik maakt inzichtelijk waar voor u het optimum ligt.

Limburgse energiesubsidie komt terug
Datum: 2012-05-09
Vanaf 21 mei 2012 kunnen Limburgse woningeigenaren, (sport)verenigingen, gemeenschapshuizen en scholen weer subsidie aanvragen voor energiebesparende maatregelen en maatregelen waarmee duurzame energie wordt opgewekt. Op die dag opent namelijk de aanvraagtermijn van de Nadere subsidieregels Limburgse energie subsidie 2012-2014, de opvolger van de onlangs vervallen Nadere subsidieregels Limburgse energie subsidie 2010-2012 (LIMENERL).

De nieuwe (en nog niet gepubliceerde) subsidieregeling voorziet in subsidie voor energiebesparende en duurzame energieopwekkende maatregelen bij woningen, accommodaties van (sport)verenigingen, gemeenschapshuizen en scholen. De subsidie kan oplopen tot € 1000 per woning en € 2000 per (sport)accommodatie, gemeenschapshuis of school. Subsidies worden alleen achteraf verstrekt, een belangrijke voorwaarde daarbij is dat alleen kosten die na 21 mei zijn gemaakt (aankoop materialen of aanbesteding werkzaamheden) in aanmerking komen voor subsidie.

Voor de regeling is een budget van € 1 miljoen beschikbaar, dat wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen. Het budget kan nog hoger uitvallen indien de Limburgse Provinciale Staten daar in juni mee instemmen.

Met ingang van 21 mei zullen op http://www.limburgseenergiesubsidie.nl de precieze voorwaarden en in aanmerking komende maatregelen staan.

Ook nog energiefonds op komst
De nu aangekondigde nieuwe subsidieregeling is overigens niet de enige regeling die dit jaar voor particuliere woningeigenaren wordt verwacht, aldus gedeputeerde Patrick van der Broeck: "Provinciale Staten kunnen besluiten over een voorstel om een energiefonds op te richten. In dit fonds zit € 20 miljoen. Een gedeelte daarvan wordt gebruikt om leningen met een lage rente te verstrekken aan mensen die duurzame energie willen opwekken of energie willen besparen. Hierbij kan een bedrag worden geleend om de maatregelen te treffen. Uit de besparing die dat oplevert kan de lening terug worden betaald. Na afbetaling verdien je dan op de getroffen maatregelen. Met bijvoorbeeld zonnepanelen, die een levensduur van minimaal 25 jaar hebben, verdient men na de aflossingsperiode van 10 jaar dus nog zeker 15 jaar."

Kijk voor meer informatie ook op: http://www.limburg.nl/Actueel/Nieuws_en_persberichten/2012/Mei_2012/Subsidie_voor_energiebesparing_en_opwekking_van_duurzame_energie

Openstelling Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Zeeland
Datum: 2012-05-09
De provincie Zeeland heeft een nieuwe openstelling gepubliceerd in het kader van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Zeeland (ILGZE). De openstelling heeft betrekking op maatregel 323B (instandhouding en opwaardering landelijk erfgoed, HC-fiche). Er is een budget van € 5 miljoen beschikbaar.

In aanvulling op de algemene voorwaarden, moeten projecten binnen deze oproep voldoen aan de volgende aanvullende criteria:

•de projecten moeten passen binnen de randvoorwaarden van het door de EU goedgekeurde fische 323B;
•projecten in het kader van het Natuurherstelprogramma Westerschelde hebben voorrang boven andere projecten;
•de projecten moeten voor 1 juni 2012 beschikt kunnen worden;
•de projecten moeten voor 1 april 2015 uitgevoerd en afgerekend zijn;
•de regionale cofinanciering van 25% moet geregeld zijn.

Aanvragen kunnen van 9 mei tot en met 31 december 2013 worden ingediend.

Met de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Zeeland kan de provincie Zeeland subsidies verstrekken voor activiteiten of maatregelen als bedoeld in het Provinciaal meerjarenprogramma inrichting landelijk gebied (PMJP) en het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2).

Evaluatie programma's Duurzame Energie Nederland en Energie Onderzoek Subsidie
Datum: 2012-05-09
Er is een evaluatie van het programma Duurzame Energie Nederland (DEN of DEN-A) en de Energie Onderzoek Subsidie (EOS) gepubliceerd. De evaluatie is uitgevoerd door Ecofys in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

De evaluatie heeft betrekking op de afgelopen tien jaar en dient twee doelen: enerzijds het afleggen van verantwoording over de behaalde resultaten en anderzijds het trekken van lessen voor de vormgeving en onderbouwing van toekomstig energie-innovatiebeleid. De resultaten van het onderzoek laten zien dat beide programma's hebben bijgedragen aan de verbetering van de kennispositie in Nederland en de toepassing van nieuwe energietechnologieën.

Over de programma's
Het programma Duurzame Energie Nederland stimuleerde de toepassing van bio-energie, zonne-energie, warmtepompen en geothermie, windenergie op land en offshore wind energy. Het programma was in de kern een generieke tenderregeling die in de periode 2001-2005 onder andere subsidie beschikbaar stelde voor innovatieve duurzame energieprojecten. Het betrof een samenvoeging van enkele zogenaamde BSE-programma's (BSE staat voor Besluit subsidies energieprogramma's) van voor 2001. In de periode 2005 tot en met 2009 was het het kaderprogramma voor het beheer van oude duurzame energieregelingen van Agentschap NL en voor communicatie over de gesteunde projecten.

Het programma Energie Onderzoek Subsidie kwam in 2005 in de plaats van DEN-A en was een instrument dat zich meer specifiek richtte op energie-innovatie. EOS was het resultaat van een nieuwe beleidslijn om prioriteiten te stellen in het (lange termijn) energieonderzoek en niet meer alle ontwikkelingen te ondersteunen. Het hoofddoel van het EOS-programma was het bevorderen van de toepassing van nieuwe energietechnologieën op grote schaal. Enkele regelingen die in het leven zijn geroepen onder de EOS-vlag zijn nog steeds geldig, maar vallen nu onder de Subsidieregeling energie en innovatie.

Conclusies
De hoofdconclusies van de evaluatie zijn:

•de programma's hebben bijgedragen aan een betere kennispositie in Nederland en de toepassing van nieuwe energietechnologieën;
•een groot deel van de uitgevoerde projecten heeft een vervolg gekregen;
•over het algemeen zijn de middelen van de programma's doelmatig ingezet;
•op het gebied van het monitoren van de effectiviteit van beide programma's is er sprake van verbeterpunten.

Aanbevelingen
Ecofys doet de aanbeveling om door te gaan met het subsidiëren van energieonderzoek. Daarbij is het wel van belang om voor toekomstige programma's de wijze van monitoring en evaluatie beter in te richten. De monitoring is sterk gericht geweest op de financiële verantwoording van de opdrachtuitvoering en veel minder op de effectmeting van de uitgevoerde projecten. Voor de toekomst is het van belang om bij aanvang duidelijke doelen en subdoelen te definiëren van zowel het programma als de projecten. Dat maakt het gemakkelijker de voortgang te meten en waar nodig bij te sturen.

Zie voor de gehele evaluatie: http://www.ecofys.com/files/files/ecofys_2012_ex_post_evaluatie_den-a_en_eos.pdf

Festival Zeven jaar Frisse Scholen - De oogst en de toekomst
Datum: 2012-05-08
Op woensdag 7 november 2012 houdt Agentschap NL in samenwerking met een groot aantal betrokken partijen een belanghebbendenfestival over Frisse Scholen. Het festival staat in het teken van het uitwisselen van kennis en ervaringen en het doorontwikkelen van kansrijke initiatieven.

Zeven jaar geleden is het Frisse Scholen Programma gestart om gemeenten en scholen te stimuleren om minder energie te gebruiken en het binnenmilieu te verbeteren. Er zijn instrumenten en goede voorbeelden beschikbaar en er wordt volop ervaring opgedaan met nieuwe technieken, nieuwe financieringsconstructies en beter beheer en onderhoud van schoolgebouwen.

Het voorlopig programma ziet er als volgt uit:
• Ochtend: Voor de aanbodzijde, intermediairs en professionals: kennisinstellingen, adviseurs, uitvoerders, financiers, brancheorganisaties, overheden. Interactief programma rondom de geboekte resultaten, succesfactoren, nieuwe ontwikkelingen en de toekomst rondom Frisse Scholen.
• Middag: Speciaal voor de vraagzijde: gemeenten, schoolbesturen en –directeuren. Over de beschikbare instrumenten, goede voorbeelden en de praktijk. Kunnen gemeenten en scholen nu aan de slag? Keuzeprogramma met een ruim aanbod aan parallelsessies.
• Kennismarkt: Hier kunnen deelnemers aanvullende informatie vinden over producten en diensten op technisch, financieel en organisatorisch gebied.

De bijeenkomst vindt plaats in het Spant in Bussum.

Meer informatie is beschikbaar via: http://www.lerenvoorduurzameontwikkeling.nl/content/zeven-jaar-frisse-scholen-de-oogst-en-de-toekomst

Drie ton voor innovatieve projectvoorstellen uit B2B-netwerkbijeenkomsten Floriade 2012
Datum: 2012-05-07
Development Company Greenport Venlo heeft een bedrag van € 300.000 beschikbaar gesteld voor de InnovAward (INNOVAWARD). De InnovAward zal worden uitgereikt aan tien innovatieve productvoorstellen die voortkomen uit B2B-netwerkbijeenkomsten die worden georganiseerd rondom de Floriade 2012. Aan de InnovAward is een bedrag van € 30.000 per voorstel verbonden.

Tijdens de B2B-netwerkbijeenkomsten worden vertegenwoordigers van het bedrijfsleven ertoe aangezet ideeën op te doen die kunnen leiden tot de start van de ontwikkeling van nieuwe producten en toepassingen. Hierbij wordt ingezet op voor Limburg belangrijke sectoren, zoals agro & food, trade & logistics, chemie & materialen, medische technologie en life sciences.

De tien best uitgewerkte businesscases, die voortkomen uit de bijeenkomsten, komen in aanmerking voor een InnovAward. De cases moeten een aantoonbare economische spin-off in de regio Noord-Limburg hebben, of die in de toekomst kunnen genereren.

Inzendingen kunnen tot en met 14 november 2012 worden ingediend bij Development Company Greenport Venlo. Uit de inzendingen zullen op 15 december 2012 maximaal 25 stuks worden genomineerd. De genomineerde inzenders moeten hun idee vervolgens uitwerken tot een businessplan dat zal worden beoordeeld op:

•mate van innovatie;
•onderscheidend vermogen;
•volledigheid;
•realiteitszin;
•economische spin-off;
•marktpotentieel;
•aanpak in marktintroductie.

De uiteindelijke toekenning en uitreiking van de prijzen zal op 15 november 2013 plaatsvinden.

Ruim twee ton subsidie voor Gelders project MRSA-detectie
Datum: 2012-05-04
Een samenwerkingsverband van Mecon Engineering BV uit Doetinchem, Fakoplast plastic products BV uit Lochem, het Slingeland Ziekenhuis uit Doetinchem en de universiteit van Wageningen (WUR) ontvangt een subsidie van € 208.746 voor het project MRSA-detectie.

In dit project ontwikkelen de partners een nieuwe test die snel en goedkoop de MRSA-bacterie kan opsporen. De nieuwe test is revolutionair omdat hiermee al binnen zes uur MRSA kan worden ontdekt en zo snel verdere besmetting kan worden voorkomen. Bovendien is de test vele malen goedkoper dan bestaande testen en kan ieder ziekenhuis deze zelf uitvoeren.

Het project krijgt € 158.746 subsidie uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en € 50.000 van de provincie Gelderland. De subsidie komt uit het Operationeel Programma Oost-Nederland EFRO 2007-2013 (OPOOST). Zelf investeren de initiatiefnemers ruim € 183.000 in het project.

Zie voor meer informatie over het project ook: http://www.gelderland.nl/eCache/DEF/20/289.Zm9udD0xJnRleHQ9MA.html en: http://www.go-oostnederland.eu/?id=95

F

Oproep NWO-programma MEERVOUD
Datum: 2012-05-04
De NWO-gebieden Aard- en Levenswetenschappen (NWO-ALW) en Exacte Wetenschappen (NWO-EW) hebben een openstelling bekendgemaakt voor het MEERVOUD-programma (MEER Vrouwelijke Onderzoekers als Universitair Docent).

Vanuit het programma kan subsidie worden verkregen voor personeelskosten ter grootte van een 0,6 fte UD-aanstelling voor maximaal vier jaar, plus jaarlijks € 6000 voor materieel krediet. Een universiteit moet minimaal 0,2 fte bijdragen om tot een volledig salaris van de kandidaat te komen.

Aanvragen kunnen tot en met 19 juni 2012 (23.59 uur) worden ingediend door vrouwelijke onderzoekers van Nederlandse universiteiten op het terrein van de NWO-gebieden Aard- en Levenswetenschappen of Exacte Wetenschappen (astronomie, informatica en wiskunde).

Zie voor meer informatie: http://www.nwo.nl/nwohome.nsf/pages/NWOA_4XEJPH

Tijdelijke subsidieregeling stimuleren bundeling van goederenstromen voor vervoer op het spoor (BGS).
Datum: 2012-05-03
Op 29 mei organiseert Agentschap NL een matchmaking- en voorlichtingsbijeenkomst in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling stimuleren bundeling van goederenstromen voor vervoer op het spoor (BGS).

Adviseurs van zowel het ministerie van Infrastructuur en Milieu als Agentschap NL zullen tijdens de bijeenkomst een toelichting geven en vragen beantwoorden over de regeling. Ondernemers kunnen daarnaast potentiële partijen voor samenwerking en hun zakelijk netwerk ontmoeten.

Aanmelden voor de bijeenkomst kan tot en met 17 mei via bgs@agentschapnl.nl of 088 602 2556 onder vermelding van uw naam, organisatie, adresgegevens en uw type organisatie.

Doel van de Tijdelijke subsidieregeling stimuleren bundeling van goederenstromen voor vervoer op het spoor is de optimalisatie van de spoorlogistieke keten, het stimuleren van de bundeling van goederenstromen en het genereren van kennis die leidt tot mogelijke verbeteringen in de bundeling. De regeling treedt met ingang van 1 juli in werking en zal eind dit jaar komen te vervallen. Voor de regeling is een budget van € 3 miljoen beschikbaar.

Zie voor meer informatie: http://www.agentschapnl.nl/bgs




Lonnik - Jan Steenstraat 9 - 8932 EA - Leeuwarden - Tel. 058 – 2130177 - Mobiel 06 – 15875144 - KvK 10952170000 - info@lonnik.nl